Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Welkom

Welkom op de homepage van de Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Situering van de KOH-methode in het hulpverleningsveld

Wat is Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx?

1. Overbelasting leidt tot ontreddering van het gedragssysteem

In de chaotische, onstabiele en veeleisende wereld van vandaag wordt iedereen zwaar onder druk gezet. Steeds terugkerende overbelasting (te complex, te veel, te snel), zowel voor kinderen als voor volwassenen, is eerder regel dan uitzondering. Voortdurend wordt van ons verwacht dat wij dingen doen, prestaties leveren en stress verdragen die onze actuele prestatiebekwaamheid, uithouding en stresstolerantie (gevoelig) overstijgen. De negatieve stress stapelt zich op, omdat er onvoldoende “time out” wordt gegund voor het hervinden en bewaren van het vitale en psychologische evenwicht.
De kans is groot dat door de groeiende desorganisatie en de destabilisatie van het systeem het objectieve en subjectieve prestatievermogen sterk wordt afzwakt. De persoon voelt zich constant overbelast, vindt niet meer de gelegenheid om “bij te geraken” of te herstellen, raakt in paniek en verliest zijn zelfvertrouwen. Het gewone leven van elke dag evolueert dan snel naar een, verwarrende, frustrerende en uitputtende overlevingsstrijd. Het persoonlijke gedragssysteem dreigt dan steeds verder af te dwalen van de natuurlijke, efficiënte en doeltreffende manieren van functioneren. De individuele persoon, als gedragssysteem dat zichzelf met alle middelen in stand houdt, valt steeds meer terug op noodmaatregelen om het hoofd te bieden aan de systematische overbelasting.
Zo zal het systeem dat voor alles op directe overleving gericht is, in overbelastende en dringende situaties zonder bedenken of uitstel alles doen wat noodzakelijk is, ook minder optimale dingen, om zich biologisch en psychologisch staande te houden. De persoon vlucht dan vaak in minder efficiënte compensaties, die onder voortdurende overbelastende (prestatie)druk kunnen evolueren naar uitputtende en ontredderende overcompensaties.

De extreme overcompensatie is een pseudo-oplossing die een desorganiserend, energieverspillend en destabiliserend vicieus kringproces op gang brengt dat steeds vaker dreigt uit te monden in complete somatische, psychomotorische, psychologische en intellectuele decompensaties die het gedragssysteem blokkeren en zelfs kunnen beschadigen.

Deze ernstige en minder ernstige ontregelingen van het gedragssysteem kunnen zich manifesteren als (een combinatie van) psychosomatische, psychomotorische, psychofunctionele (intellectueel-cognitieve) en psychodynamische ongemakken, blokkades en stoornissen, (bvb. concentratie- en geheugenproblemen, vastlopen in detailperfectionisme, vermoeidheidssyndroom, vitale onrust en ontregeling, pijnen, angsten, depressie, suïcidegedachten.)

Het doorbreken van dit vicieuze kringproces dat de integriteit en de efficiëntie van het gedragssysteem aantast en, bovendien, elke echte ontwikkeling de pas afsnijdt, is een van de primaire doelstellingen van de KOH. Hierdoor krijgt het individu de kans om, onder kritische begeleiding, zijn weg terug te vinden naar een zo natuurlijk mogelijk functioneren. In de mate dat het gedragssysteem zijn geëigende werking (her)ondekt en in gebruik neemt, verhoogt ook de waarschijnlijkheid dat de echte ontwikkeling weer op gang kan komen. De kritische ontwikkelingsbegeleider verbetert door adequate (kritische) interventies deze ontwikkelingskansen.
 

2. Optimaal functioneren als voorwaarde voor optimale ontwikkeling

De algemene basisdoelstelling van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding “het bevorderen van de optimale werking en ontwikkeling van het individuele gedragssysteem” vindt een belangrijk toepassingsgebied in de hoger beschreven context van systeemdesorganisatie door overbelasting.
De term “optimaal” verwijst naar de hoogst mogelijke efficiëntie en doeltreffendheid (effectiviteit), rekening houdend met de actuele mogelijkheden en de objectieve organische en functionele beperkingen van het individuele systeem. Dit betekent dat er op elk moment voor elk gedragssysteem een optimale dynamische structuur bestaat, waarbij de verhouding tussen inspanning en resultaat optimaal is.

Optimaal betekent vaak een optimaal dynamisch compromis, de beste samenwerking tussen de deelsystemen die op dat ogenblik en in deze situatie gerealiseerd kan worden. Daarom maken we ook onderscheid tussen het actuele optimum van een gedragsysteem en zijn potentiële optimum dat in een later stadium nog kan bereikt worden, op voorwaarde dat optimale ontwikkelingskansen geboden worden. In deze optiek heeft elk individu een door zijn actuele structuur bepaalde optimale manier van functioneren waarbij het aanwezige potentieel maximaal benut wordt.

Het bereiken van het potentiële optimum voor elk individu is het streefdoel van de KOH.

Dit geïndividualiseerde optimaliteitscriterium vertegenwoordigt een essentieel kernidee van de KOH. Het fungeert als inspirerende achtergrond voor de individuele kritische probleemanalyse en de daarop steunende individuele kritische begeleiding. Het gaat dus altijd om het optimaliseren van de werking en de ontwikkeling van het gedragssysteem van een individuele persoon.

De fijn afgestemde (kritische) begeleiding geeft, in gepaste opeenvolging, dynamische impulsen die het gedragssysteem, als functioneel geheel, de weg wijzen naar een efficiëntere werking, een betere gezondheid en een hoger prestatievermogen.

Dit betekent dat niet alleen de opvallende symptomen (functionele afwijkingen en blokkades en de daardoor bepaalde ontwikkelingsstoornissen), gunstig beïnvloed worden, maar dat ook alle andere aspecten van het vitaal en persoonlijk functioneren hiervan profiteren. Deze ruime “bonus”-effecten vloeien logisch voort uit de complexe organisatie van het gedragssysteem. We bedoelen hier vooral de continu doorgaande rechtstreekse en wederkerige (recursieve) beïnvloeding (zowel positief als negatief) van alle interne deelsystemen en basisfuncties.

3. Salutogeen-pathogeen: complementaire benaderingen

Dit “salutogene” streven naar een algemene verbetering en versteviging van alle aspecten van het vitale, motorische en psychologische gedrag typeert de systeemgerichte benadering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding. Deze aanspraak op een opvallend breed toepassingsgebied roept echter gemakkelijk weerstanden op vanuit het curatieve, remediërende en preventieve standpunt van de reguliere medisch-pathogene en schoolse taak- en defectgerichte benaderingen. Die zijn er immers op gericht voor elke specifieke diagnose (medisch, psycho-pedagogisch of schools) directe passende remedies en specifieke preventiemaatregelen te vinden. De nadruk ligt op herstellen en remediëren van specifieke defecten, onvolkomenheden en klachten. Men is onvoldoende vertrouwd met het hulpverlenend denken in termen van systeemanalyse, systeemontreddering en systeemoptimalisatie en dus ook niet met de mogelijkheid van een brede beïnvloeding van velerlei klachten, onvolkomenheden en zwakheden door een algemene versterking van de biologische en psychologische “gezondheid” van het gedragssysteem.

Het gevaar bestaat daardoor dat een oppervlakkige kennismaking met de salutogene KOH-filosofie en de daaruit voortvloeiende theoretische concepten en praktische toepassingen, vanuit het pathogene (medische) en het probleem- en taakgerichte (psychopedagogische) referentiekader, een indruk van tegenstrijdigheid achterlaat. De reden hiervoor ligt duidelijk in de schijnbare onverenigbaarheid van de visies. Het spreekt immers vanzelf dat conclusies die logisch zijn binnen een salutogeen referentiekader veel minder vanzelfsprekend zijn als ze getoetst worden in het pathogene perspectief.
Als men even afstand neemt en de twee standpunten wat dieper analyseert, wordt het duidelijk dat deze twee visies slechts ogenschijnlijk tegenovergesteld zijn. Zij sluiten elkaar zeker niet uit. Integendeel, bij nadere beschouwing blijken zij in wezen complementaire benaderingen van het gemeenschappelijke doel: het bereiken en bewaren van een optimale gezondheid. In de praktijk blijken ze uiterst waardevolle wederzijdse aanvullingen. Verre van strijdig te zijn, hebben ze ieder essentiële, uiterst waardevolle en specifieke bijdragen te leveren voor het gemeenschappelijke doel. De sterke en de zwakke punten van beide benaderingen vullen elkaar aan.

De KOH pleit daarom voor het hanteren van een ruimer bipolair referentiekader waarin de onderlinge complementariteit (en dus wederzijdse onmisbaarheid) van de pathogene en de salutogene visie expliciet op de voorgrond komt. Dit overzicht op de rol die beide benaderingen kunnen spelen is van groot praktisch belang, omdat het toelaat voor ieder individueel geval de eigen bijdrage of de eventuele voorrang van elk van de twee benaderingen, klinisch defectgericht of dieper systeemgericht, in te schatten.

Vooral voor de hulpverlening bij tekortkomingen en klachten die voornamelijk functioneel bepaald zijn, is het geraden dat de hulpverlening georganiseerd wordt op basis van één individu-specifiek handelingsplan dat de sterke punten van de twee benaderingen, elkaar aanvullend en adequaat getimed, integreert.

De KOH-visie impliceert dat, in probleemsituaties die niet acuut levensbedreigend zijn, de globale systeemgerichte aanpak chronologische voorrang heeft. De begeleidingsaccenten en prioriteiten kunnen dan geleidelijk verschuiven van het herstel van de basale systeemorganisatie naar de specifieke directe remediëring. We bedoelen hiermee dat de KOH-werkwijze een gunstige uitgangssituatie kan creëren door het opruimen van ontredderende blokkeringen en kortsluitingen in de werking van het gedragssysteem. De meer specifieke taak- en probleemgerichte vormen van hulpverlening kunnen dan daarop aansluiten met veel ruimere kansen op echte verwerving en (blijvend) succes.

Deze dynamisch-evolutief bepaalde accentverschuiving tussen deze complementaire vormen van hulpverlening is vooral doeltreffend op het gebied van het zo vaak voorkomende schools en professioneel onderpresteren, het persoonlijke en sociale tekortschieten en de daarmee samenhangende affectief-emotionele ontreddering (gedragsproblemen) en vitale balansverstoringen (psychosomatische klachten).

Vanuit deze overkoepelende visie wordt de eerste en voorbarige indruk van tegenstrijdigheid vervangen door een inzicht in de onderlinge complementariteit. Dit is belangrijk voor de correcte situering, profilering en erkenning van de KOH in het veld van de individuele hulpverlening. In dit perspectief van de complementariteit wordt het voor alle betrokkenen duidelijk dat de (salutogene) KOH aanpak zich niet presenteert als een superieure visie die de gevestigde pathogene en direct taakgerichte aanpak wil verdringen en vervangen door één universele aanpak, één wondermiddel, dat voor alle kwalen goed is.

Wél zal het duidelijk worden dat de KOH-visie een belangrijke en onmisbare toegevoegde waarde betekent voor de individuele hulpverlening. Haar inbreng zorgt voor een dieper inzicht in de problematieken voor een essentiële verrijking van aanpakstrategieën, waardoor zij cruciaal bijdraagt aan een efficiëntere, doeltreffendere en vooral duurzamere hulpverlening.
 

4. Toegevoegde waarde van de KOH

Deze essentiële toegevoegde waarde vinden we vooral terug op een drietal op elkaar betrokken functionele gebieden.
  1. Een eerste toepassingsgebied betreft het systematisch optimaliseren van essentiële tonische deelsystemen en hun functionele integratie tot één complex tonisch systeem. Wij bedoelen:
    - het biologisch-energetische subsysteem: equilibratie van het vitaal-autonome tonussysteem;
    - het affectief-emotionele relationele subsysteem: regulatie van de affectieve accommodatietonus en activering van de existentionele (emotionele) contacttonus;
    - het functionele (posturaal-kinetische)subsysteem: posturale tonusaccommodatie en controle van de intentionele bewegingstonus.
    Het geoptimaliseerde tonische systeem manifesteert zich door het opvangen en neutraliseren van de zeer gevarieerde maar fundamentele klachten (vaak psychosomatische) die het gevolg zijn van habituele overspanning door overbelasting van het gedragssysteem.

  2. Een tweede belangrijk toepassingsgebied is het toegankelijk en bruikbaar maken van het volledige vitaal-energetische, neuromotorische, sensomotorische en psychomotorische potentieel dat in de spontane ontwikkeling, om welke reden dan ook, niet in al zijn onderdelen geactualiseerd werd en wordt. De directe beschikbaarheid van de volledige aanleg is een voorwaarde voor optimaal functioneren van het individuele systeem.

  3. Een derde toepassingsgebied ligt in het optimaliseren van het relationeel en praktognostische lichaam dat als affectief-existentiële context en voorbewuste motorisch-cognitieve kennisbasis fungeert voor het bewuste intellectueel-cognitieve (o.a. schoolse) functioneren.
 

5. Opheldering van bestaande misverstanden over de aard van de KOH

Om een aantal hardnekkige misverstanden die tot onbegrip en afwijzing van de KOH kunnen leiden (en geleid hebben) uit de wereld te helpen, is het nuttig enkele verduidelijkingen expliciet te formuleren.
 
  1. De KOH is in eerste instantie en direct bedoeld voor het opvangen van alle functionele storingen en blokkades in het gedragssysteem en, slechts secundair, als globale ondersteuning voor het specifiek corrigeren en beïnvloeden van de organische (structurele, biochemische, vitale, cognitieve, emotionele) defecten en tekorten, waar vooral de verschillende specialismen van de geneeskunde hun prioritaire plaats hebben. Hierbij is het belangrijk de kwalificaties “functioneel” en “organisch” te beschouwen als de twee polen van een oorzakelijk continuüm waartussen elke klacht kan gesitueerd worden (klachtengradiënt). De “oorzaak” van een bepaalde klacht kan dus louter functioneel zijn (slechte werking), zonder organische achtergrond, maar ze kan ook aan het andere uiterste van het continuüm liggen en zuiver organisch bepaald zijn, of ze kan ergens tussen deze twee uitersten liggen. De KOH legt richt zich naar het functionele aandeel van de oorzaak van elke klacht.

  2. De KOH mag nadrukkelijk niet begrepen worden als één aanpak, één techniek, therapie-, of begeleidingsvorm die als panacee (wondermiddel) begrepen zou kunnen worden. Integendeel de KOH kenmerkt zich door haar uiterst gedifferentieerde aanpakstrategieën: specifiek voor elke persoon (individueel), voor elke situatie en voor elk moment of fase in het leven. De haalbaarheid van de aangeboden opgaven en oefeningen blijft op elk nu-moment de basis-eis en het absolute criterium, dat het concrete verloop van de begeleidingssessie, terugkoppelend, bepaalt. Door de kritische keuze van als haalbaar ervaren opdrachten en oefensituaties wordt de begeleide persoon uitgedaagd en intrinsiek gemotiveerd om zich volledig in te zetten. Dit werken met individueel en momenteel bepaalde haalbare uitdagingen, blijft de voorwaarde tot succes en het typerende hoofdkenmerk van de kritische ontwikkelingsbegeleiding in de praktijk.

  3. Hoewel het lichaam in al zijn belangrijke aspecten (vitaal, neuromotorisch, sensomotorisch en sensotonisch, praktognostisch en relationeel) het primaire aangrijpingspunt vormt voor de KOH-interventies, kunnen de salutogeen geïnspireerde werkhypotheses, en de gebruikte strategieën, technieken en concrete oefenvormen, zeker niet gelijk gesteld worden aan de opvattingen en werkwijzen van de klassieke “psychomotoriek”.

    De systeem-theoretische uitgangspunten, de werkhypothesen, de technieken, oefenideeën en oefeningen van de KOH zijn fundamenteel verschillend, veel omvattender, meer samenhangend en veel fijner gedifferentieerd.

    De aanpakstrategie van de KOH wordt niet bepaald door behandelingsrecepten die specifiek gericht zijn op de zichtbare klachten en defecten (de symptomen). Het doel van de KOH is het opsporen, identificeren en opheffen van de individuele en actuele stoornissen in de werking van het systeem die de complexe verborgen “oorzaak” zijn van de uiterlijke klachten en symptomen. Vandaar de cruciale rol die de kritische probleemstelling door kritische analyse van het gedragssysteem speelt bij het bepalen van de modaliteiten, de inhoud en de aanpakstrategie van de hulpverlening.

    Dit betekent dat de bezwaren die tegen de “psychomotoriek” (als methode voor het “behandelen” van leerproblemen) ingebracht werden op basis van een groot aantal effectonderzoeken, dus niet zonder meer van toepassing zijn voor de KOH.

    In dit verband is het belangrijk op te merken dat wij onderscheid maken tussen de wat te eenvoudige opvattingen en werkwijzen van de klassieke “psychomotoriek” en de daaruit geëvolueerde en evoluerende opvattingen van de “ psychomotorische therapie”.; Uit de literatuur blijkt dat er bij de beoefenaars van de geëvolueerde psychomotorische therapie een steeds sterker wordende tendens bestaat naar aansluiting met het dynamische systeemdenken. Ook is er een geleidelijke accentverschuiving naar ruimere, meer salutogeen gekleurde, inzichten, doelstellingen en verwachtingen die vooral op de affectief-emotionele en de persoonvormende effecten gericht zijn.

  4. De KOH beweert niet een intellectueel monopolie te bezitten op dit salutogene standpunt (zie Aaron Antonovsky en zijn “sense of coherence”-concept. Zie ook:H. PetzoldIntegrativeTherapie”). Wel wordt gesteld dat dit principe, binnen een individuele en systeemgerichte aanpak, zeer consequent, tegelijk omvattend en gedifferentieerd, wordt toegepast als noodzakelijke voorbereiding en aanvulling van de directe probleemgerichte pathogene of schools-remediërende benadering.

    Bovendien wordt er bij de praktische uitwerking scherp op gewaakt dat de theoretisch voorspelde effecten van de begeleiding op de systeemwerking objectief getoetst kunnen worden door een directe evaluatie, functionele scoring en registratie van de beweerde systeemverbeteringen.

    Deze evaluatie van de “diepte”-veranderingen in de systeemwerking wordt aangevuld met een oppervlakte-evaluatie van de zichtbare globale en specifieke effecten op de zijnswijze, het gedrag en het prestatievermogen van de begeleide persoon. Deze mogelijkheid tot objectieve evaluatie van de geclaimde resultaten, met name systeemverbetering met bijhorende verbetering van de oorspronkelijke klachten, kwalificeert de KOH als een salutogeen-gerichte benadering die aan de voorwaarden voldoet die gesteld worden aan de gangbare reguliere vormen van hulpverlening.

  5. De KOH is geen exclusief alternatief dat de direct probleemgerichte benaderingen, medische en (ortho)pedagogische, wil verdringen en vervangen. Het is vaak wel een noodzakelijke voorloper die het terrein voorbereid voor een taak- of defectspecifieke aanpak. Wanneer het herstel van de vitaal-tonische, affectief-existentiële en praktognostische basisorganisatie van het individuele gedragssysteem goed op gang gekomen is, spreekt het vanzelf dat specifieke taak- en probleemgerichte remediëring en begeleiding meestal noodzakelijk zullen zijn om de opgelopen achterstand in te halen.