Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Welkom

Welkom op de homepage van de Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Theoretische grondslagen van KOH

Een gedifferentieerde praktijk in wisselwerking met een omvattende theorie

De theoretische grondslagen van de KOH vormen op de verschillende niveaus van abstractie, fysiologisch, neurologisch, kinesiologisch, epistemologisch, psychologisch en filosofisch, een coherente, omvattende en tegelijk sterk gedifferentieerde visie op het functioneren, het gedrag en de ontwikkeling van de complexe menselijke persoonlijkheid.

De Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx is een dynamische, systematische en effectgestuurde vorm van individuele hulpverlening die al meer dan 40 jaar in ontwikkeling is. De methode streeft ernaar de overbelaste, overspannen en functioneel ontredderde persoon op een systematische, efficiënte en zeer individuele manier te helpen zijn natuurlijke lichamelijkheid en zijn persoonlijk evenwicht terug te vinden en te bewaren.

Deze omvattende visie die met alle gedragsbepalende aspecten van het menselijk functioneren rekening wil houden, is tegelijk zo verfijnd uitgewerkt (gedifferentieerd) dat ze als universele achtergrond kan dienen voor het situeren, begrijpen en beïnvloeden van de eigenheid van elk individueel gedragssysteem.
 
Bovendien is het een transdisciplinaire visie op de menselijke persoonlijkheid die een gemeenschappelijk kader biedt voor een geïntegreerde en logisch getimede handelingsplanning en accentbepaling door de verschillende specialisten uit het begeleidingsteam. Verder profileert de KOH zich als een dynamische benadering die zich voortdurend verder, inzichtelijk en praktisch, differentieert en verdiept, gestuwd en geleid door de systematische en inspirerende feedback tussen theorie en praktijk.

De Kritische Ontwikkelingsbegeleiding gaat uit van wetenschappelijk verantwoorde en coherente basisconcepten en daarvan afgeleide werkhypothesen die de praktische werkwijze inspireren en structureren. De gebruikte werkhypothesen worden op hun beurt, door terugkoppeling vanuit de praktijk, permanent op hun praktische relevantie getoetst en bijgesteld. De realistische en onverbiddelijke toetssteen waarop dit complexe wederkerige verificatie- en correctieproces van theorie en praktijk gebaseerd is, is het functionele succes of gebrek aan succes van de toegepaste individuele kritische begeleidingsstrategieën. Met "functioneel succes" wordt bedoeld: de mate waarin de persoon zijn natuurlijk lichamelijk evenwicht (terug)vindt, zich persoonlijk beter voelt, zich sociaal beter integreert en efficiënter presteert.

Het theoretische concept en de praktische toepassingen, zoals ze vandaag toegepast worden, zijn het resultaat van dit wederzijdse vormgevings- en bijsturingsproces tussen theorie en praktijk dat al enkele decennia doorloopt. Heel deze complexe bijsturing is gericht op het verhogen van de kritische waarde van de individuele hulpverlening op het vlak van de probleemanalyse, de begeleidingsrelatie en de ontwikkelingsbegeleiding.

Daardoor presenteert de KOH zich nu als een zichzelf verfijnende dynamische visie die de alerte en geïnformeerde begeleid(st)er de mogelijkheid biedt steeds nauwkeuriger en kritischer aan te sluiten op de levensrealiteit van de begeleide persoon.

Deze intrinsieke groeidynamiek, dit ononderbroken proces van kritische evaluatie, verfijning en bijsturing van theorie en praktijk is een wezenlijk kenmerk van de KOH-methode. Het op gang houden van deze continue evolutie naar grotere duidelijkheid en overzichtelijkheid, naar steeds nauwere aansluiting met de brede en gevarieerde klinische werkelijkheid (ecologische relevantie) en naar hogere efficiëntie en duurzamere doeltreffendheid blijft een hoge prioriteit van deze polyvalente individu- en systeemgerichte benadering.



Een coherente handelings- en ontwikkelingstheorie fundeert de werkhypothesen

Een systematische analyse toont aan dat het functioneren van de complex gestructureerde persoonlijkheid een zeer dynamisch, uiterst ingewikkelde en multidimensionale gebeuren is. Om in individuele (probleem)gevallen een duidelijk beeld te kunnen vormen van wat er misloopt in het gedrag en de ontwikkeling van de persoon en waarom dit gebeurt, maakt de KOH gebruik van verhelderende theoretische schema's, modellen, en werkhypothesen die voortdurend getoetst en bijgestuurd kunnen worden om de werkelijkheid steeds dichter te benaderen.

Uitgaande van deze werkhypothesen tracht de kritische ontwikkelingsbegeleider, op zeer systematische wijze, voldoende greep te krijgen op de complexiteit van de individuele structuur, op de functionele dynamiek, op het daaruit resulterende gedrag, en vooral, op het ontwikkelingsverloop van de individuele persoonlijkheid.

De complexe visie op het persoonlijke gedragssysteem wordt voorgesteld in een cognitieve handelingstheorie die schematisch wordt weergegeven in een functioneel structuurmodel van het menselijke gedragssysteem, het topologische tetraëdermodel, dat de complexe interacties weergeeft tussen vier kernsystemen van het gedragssysteem . 

Een functioneel structuurmodel van het gedragssysteem
Het topologisch tetraëdermodel volgens F.J.P. Hendrickx

Dit tetraëdermodel biedt, als universeel functioneel structuurmodel van het gedragssysteem, een schematisch en expliciet overzicht op de structureel-functionele complexiteit en op de topologische organisatie van het persoonlijke gedragsysteem. Complementair aan dit gedragsmodel helpt de universele complexe orthogenetische ontwikkelingstheorie om zicht te krijgen op het, al dan niet verstoorde, spiralende verloop van de individuele ontwikkeling.

Uitgaande van de expliciet geformuleerde inzichten in de universele werking van het menselijke gedragssysteem en de daarmee verbonden universele ontwikkelingsdynamiek, wordt het mogelijk voor elk persoonlijk gedragssysteem een verklarende probleemanalyse door te voeren. De resultaten hiervan kunnen als leidraad dienen voor een relevante, en daarom doeltreffende, individueel bepaalde ontwikkelings begeleiding, ontwikkelings hulp of ontwikkelings therapie.


Complexe sleutelrol van lichaam: nadruk op het vitaal-praktognostisch perspectief


De theoretische uitgangspunten van deze holistische visie zijn vergaand geëxpliciteerd, zodat ze systematisch geoperationaliseerd en getoetst kunnen worden op hun waarde als werkhypothese voor de kritische ontwikkelingsbegeleiding.

De visie en de praktijk van de KOH berusten volledig en consequent op de structuur- en organisatie-kenmerken van de menselijke persoonlijkheid als levend systeem dat zichzelf in stand houdt en ontwikkelt. (Een autopoietisch systeem volgens de criteria van Maturana en Varela).
De menselijke persoonlijkheid wordt door de kritische ontwikkelingsbegeleider gezien als een complex bio-psychologisch gedragssysteem dat, in interactie met een complexe leefwereld, (over)leeft, zich doelgericht gedraagt en zich tezelfdertijd ontwikkelt tot een zo goed mogelijk functionerend systeem. Deze interactie, die meestal als "gedrag" omschreven wordt, is een wezenlijke activiteit van de persoonlijkheid die verwijst naar haar bipolaire eenheidsstructuur: "persoon-leefwereld".
Om te begrijpen hoe deze interactie de persoon en zijn leefwereld samenvoegt (integreert) tot de functionele eenheid die men persoonlijkheid noemt, moet men de complexe sleutelrol van het lichaam in dit fundamentele vormingsproces grondig analyseren.

Het lichaam dat zowel bij de persoon als bij de wereld hoort is in essentie de intermediaire factor, de schakel, die persoon en wereld tot een functionele eenheid, de persoonlijkheid, integreert. Dit concept benadrukt het gegeven dat de bewuste persoon, het geleefde lichaam en de geïnterpreteerde wereld complementaire factoren zijn die niet los van elkaar begrepen noch beïnvloed kunnen worden. Op dit kaderbegrip van "de functionele drie-eenheid persoon-lichaam-wereld", is de KOH gebaseerd. Het plaatst het hele concept van de KOH in een praktognostisch perspectief waarin het geleefde lichaam zijn verbindende rol kan spelen.

De nadruk wordt gelegd op de wijze waarop het geleefde lichaam -"le corps vécu" - (Merleau-Ponty) als voorbewust subject, in de loop van zijn praktognostische ontwikkeling, de werkelijkheidsbeleving cognitief structureert, ordent en modelleert naar zijn eigen maat en vorm en naar zijn eigen dynamiek. Tezelfdertijd doordrenkt het die eigen, op maat van zijn dynamisch lichaam geordende, wereld met zijn geleefde ervaringen, waarden en betekenissen, positieve en negatieve.

Het geheel van deze oorspronkelijk lichamelijk geleefde ervaringen, structuren en betekenissen vormt de bron, de basis en de dieptestructuur van de bewuste realiteitsbeleving van de Ik-persoon.
Heel deze vitaal, emotioneel en cognitief gedifferentieerde persoonlijke zijnswijze manifesteert zich concreet in de complexe wijze waarop het tonische systeem op elk moment zichzelf reguleert volgens de persoonlijke intenties. Deze zelfregulatie, die tot gewoonte kan worden, is een complex gebeuren op verschillende hiërarchische niveaus: vitaal-energetisch, affectief-emotioneel, motorisch-cognitief en functioneel-actief.

Dit natuurlijke ontwikkelingsproces van oorspronkelijke praktognosie van de wereld naar een persoonlijke en bewust verwoorde kennis van mijzelf en van de wereld legt de nadruk op het oorspronkelijke belang van het actieve lichaam.

De kerngedachte dat de bewuste persoon slechts toegang heeft tot de wereld, dankzij en doorheen het actieve lichaam is een van de funderende inzichten, waarop de theoretische en praktische uitbouw van de kritische ontwikkelingsbegeleiding zich steunt.

Cognitie en betekenisgeving zijn primair " belichaamd" (embodied), " in-actie-ervaren"("enactief") en " gesitueerd" ("contextbepaald"). Deze primaire eigenschappen, in combinatie met het zelfbepalende karakter van de persoonlijkheid, bepalen in belangrijke mate de kenmerkende inzichten en werkwijzen van de kritische ontwikkelingsbegeleiding.

Een open ontwikkelingsperspectief: individueel optimaliteitscriterium


De systeemgerichte en sterk gedifferentieerde benadering maakt het mogelijk een grote verscheidenheid van individuele functionele problemen dynamisch te analyseren. Een belangrijk gevolg van deze systeemanalyse is dat een hardnekkig specifiek probleem of tekort nu begrepen wordt als een ontreddering van de werking van het gedragssysteem die wellicht hersteld kan worden. Voor de betrokken persoon opent deze nieuwe kijk op het probleem een hoopvol ontwikkelingsperspectief. Tekortkomingen, disfuncties, defecten en ongemakken van velerlei aard kunnen immers, eenmaal dat ze geanalyseerd en herkend worden als onvolkomenheden in de systeemwerking, in principe, gunstig beïnvloed worden, als men er in slaagt de inefficiënte werking van het systeem te herstellen en te optimaliseren.

Dank zij het dynamische referentiekader dat geboden wordt door het universele model van de functionele structuur van het gedragssysteem, wordt het mogelijk het optimaal functioneren als criterium te gebruikenvoor het begrijpen, definiëren en evalueren van de aard en de graad van de afwijkingen en tekortkomingen.

Om de werking van het persoonlijk gedragssysteem te optimaliseren wordt een gedifferentieerde en duidelijk gestructureerde werkwijze gevolgd.

De eerste stap bestaat uit een systematisch doorgevoerde kritische probleemanalyse (1) van het gedragssysteem om te komen tot een objectieve en gedifferentieerde evaluatie en begrip van de ontregeling, destabilisatie en/of ontsporing van het functioneren.

De hierdoor verworven inzichten, aangevuld met de extern verworven medische, psychologische, (ortho)pedagogische gegevens en met informatie uit de dagelijkse omgeving, vormen de basis van een strikt individuele probleemsynthese (2) die de kritische referentiebasis en het uitgangspunt vormt voor het formuleren van de individuele therapeutische begeleidingshypothese (3), de basis van het concrete handelingsplan.

De relevantie, de doenbaarheid en de doeltreffendheid van dit handelings- en begeleidingsplan wordt tijdens de concrete "behandeling" ononderbroken getoetst en bijgestuurd volgens de reacties van de begeleide persoon.

De KOH kenmerkt zich dus door een belangrijke accentverschuiving van het direct defectgericht remediëren van een afwijkend zichtbaar gedrag, onvermogen of statisch defect, naar een kritisch gericht deblokkeren en herstellen van een afwijkende inefficiënte systeemwerking. De salutogene bedoeling staat op de voorgrond, dwz., de problemen duurzaam verhelpen door het systeem beter, dwz volgens zijn functionele structuur, te laten functioneren.

Dit betekent dat de kritische ontwikkelingsbegeleider de defecten niet rechtstreeks zal aanpakken, maar dat er uitgegaan wordt van wat actueel wel kan en mogelijk is. Hij/zij zal zorgvuldig gericht en strikt individueel, inspelen op de actuele toestand en prestatiebekwaamheid van het individu. Bij de keuze van de opdrachten en oefenideeën zal wordt uitgegaan van de ontredderende vicieuze kring-processen die geïdentificeerd werden als oorzaak van de actuele problemen..

Op deze manier vermijdt de KOH-methode het gevaar van, enerzijds, te directe en te specifieke defectgerichte en taakgerichte benaderingen die vaak resulteren in splintervaardigheden zonder de algemene bekwaamheid te verbeteren, en anderzijds, de te algemene aanpak van de klassieke "psychomotoriek" die steunde op een beweerd, maar onbewezen, verband tussen het oefenen van "psychomotorische basisfuncties" en het verbeteren van het schoolse leren. Een groot aantal effectonderzoeken kon dit verband immers niet bevestigen.