Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Welkom

Welkom op de homepage van de Vereniging ter bevordering van de Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx

Praktische consequenties van KOH


Deze systeemgerichte visie en de individueel-kritische aanpak van de ontwikkelingsbegeleiding hebben een aantal praktische consequenties die logisch samenhangen met deze specifieke vorm van kritische ontwikkelingsbegeleiding.

Doelstellingen: optimale werking van het totale gedragssysteem


Algemeen geformuleerd is het doel van de KOH het optimaal (op meest efficiënte manier) in gebruik nemen van alle mogelijkheden van het gedragssysteem, door het herstellen van de natuurlijke door de structuur bepaalde systeemdynamiek.

Het tetraëdermodel differentieert duidelijk de vier structurele hoekstenen van het gedragssysteem, de kernsystemen, die in hun complexe (tetraëdische) interactie de vier basisfuncties van het gedragssysteem vorm geven. Deze differentiatie laat toe de basisdoelstellingen van de KOH schematisch aan te geven.

Een eerste basisdoelstelling is het optimaliseren van de structuur en de interne samenwerking van de deelsystemen van elk kernsysteem.

  1. Het lichaam als complex tonisch kernsysteem (T) vormt het concrete aangrijpingspunt van de KOH: het vitaal-energetisch lichaam (equilibratie van de biotonus), het competente handelingslichaam (praktognostische organisatie van de intentionele tonus- en bewegingscontrole) en het affectief/existentiële relationele lichaam (stressverwerkende tonusregulatie en activering van de existentiële contacttonus.).
  2. Het subjectieve realiteitssysteem (Rs) creëert een eigen leef- en opdrachtsituatie (een "sphere of reality"): tijdruimtelijk omkaderd, affectief gekleurd en cognitief geanalyseerd.
  3. Het dynamisch strategische kernsysteem (D): vitaal-energetische strategieën, bewegingsstrategieën en denkstrategieën.
  4. Het affectieve waardesysteem (A): biologische behoeften, cognitieve interessen en persoonlijke waarden.


De tweede basisdoelstelling volgt uit de eerste: het onder begeleiding terugvinden van een evenwichtig en samenhangend functioneren van de vier basisfuncties van het persoonlijke gedragssysteem: de psychosomatische (overleving en gezondheid), de psychomotorische (handelingscompetentie), de psychofunctionele ( kennisverwerving en intelligentie) en de psychodynamische (zelfbeheersing en persoonsintegratie).


Positieve effecten met brede uitstraling


De positieve effecten blijven niet beperkt tot de specifieke klachten die de hulpvraag deden stellen. De effecten van dit type therapeutische begeleiding zijn altijd diepgaander, en daardoor verder reikend en algemener dan het louter verminderen of verdwijnen van de oorspronkelijke klachten. Het resultaat treft de hele persoonlijke zijnswijze en verbetert het algemeen functioneren en verhoogt daardoor het persoonlijke en lichamelijke welbevinden.

Dit is begrijpelijk, omdat de initiële klachten vaak enkel de meest opvallende aspecten (symptomen) van een complex van geassocieerde fenomenen (een syndroom) weergeven. De totaaleffecten en de onverwacht brede actieradius (vergeleken met de defect- en taakgerichte benaderingen) van de therapeutische begeleiding zijn het gevolg van het vervangen van een oppervlakkige symptoombehandeling (remediërend, receptgericht denken) door een syndroombehandeling (optimaliserend systeemgericht denken), die het totale systeem gunstig beinvloedt.

Uitgebreide doelgroep: gericht op alle functionele systeemstoringen


Een breed scala van symptomen, klachten en probleemgebieden is gevoelig voor de systeemgerichte kritische ontwikkelingsbegeleiding. De doelgroep is daarom erg uitgebreid en gevarieerd en omvat alle klachten en vormen van onvermogen die het gevolg zijn van stress en overbelasting van het gedragssysteem. Dit betekent dat het toepassingsgebied zich uitstrekt over psychosomatische, psychomotorische, psychofunctionele en het psychodynamische aspecten van het gedrag.

Omdat het ontspoorde of met ontsporing bedreigde gedragssysteem op alle leeftijden doeltreffend beïnvloed kan worden, blijkt voor het omschrijven van de doelgroep de leeftijd de minst relevante parameter te vertegenwoordigen. Dit geldt echter niet voor de efficiëntie en de doeltreffendheid van de kritische begeleiding, waar de leeftijd wel belangrijk is. Vroegtijdige behandeling is efficiënter dan laattijdige.

Omwille van het epigenetische karakter van de ontwikkeling die altijd voortbouwt op wat al aanwezig is, is vroegtijdige optimalisatie van het bedreigde gedragssysteem van bijzonder groot belang. Vroegtijdige begeleiding moet de weg vrij maken voor verdere spontaan verlopende optimale ontwikkeling.

Vroegtijdig (begeleidend of therapeutisch) ingrijpen op het systeem van de niet optimaal functionerende baby verhoogt de kansen op een doorgaande optimale ontwikkeling en biedt zodoende vele voordelen voor de baby zelf en voor de gemeenschap. Omdat de verkeerde gewoonten zich op jonge leeftijd nog niet echt gefixeerd hebben, verkort vroegtijdige begeleiding de periode dat de corrigerende begeleiding nodig is. Door de "goede" ontwikkelingssporen toegankelijk te maken worden de frustraties door blokkerende ontwikkeling voorkomen. Tevens vermijdt men door het herstellen van de extero-proprioceptive gevoeligheidsbalans de psychologische trauma's die het gevolg kunnen zijn van langdurig vitaal discomfort en pijn ( huilbaby's).

Deze vroegtijdige correctie en bijsturing van het gedragssysteem verschaft een gunstige (optimale?) vertrekbasis voor een vloeiend en natuurlijk verloop van de hele ontwikkeling. Een goed begin vermindert de kans op latere ontsporingen, waardoor vermeden wordt dat de persoon later in zijn leven nood heeft aan veel langdurigere en intensievere begeleiding. Dit is een zwaarwegend economisch argument voor het zeer vroegtijdig aanpakken van de eerste tekens van mogelijke ontsporing. Jong geleerd is oud gedaan.

De meest opvallende resultaten worden relatief vlug bereikt en zijn vrij opvallend bij de twee polen van het leeftijdscontinuüm. Dit is enerzijds het geval bij zeer jonge kinderen (baby's) die hun vitaal evenwicht en gevoeligheidsbalans kunnen terugvinden en hun volledige (psycho)motorische ontwikkelingsbasis in gebruik leren nemen en, anderzijds, bij bejaarden waar de voortijdige "retrogenetische" aftakeling en functieverlies, door ontmoediging en onvoldoende dagelijks gebruik, afgeremd en vaak zelfs gedeeltelijk teruggeschroefd kan worden. De verbetering van de levenskwaliteit op korte termijn van zowel de baby als de bejaarde valt hierbij op.

Personen met organische of structurele defecten en beschadigingen vallen niet buiten de doelgroep. Voor een persoon met een organische beschadiging en de onvermijdelijke corresponderende functionele uitval, is de nood aan gepaste therapeutische begeleiding nog hoger. Er wordt van uitgegaan dat er voor elk individu met een structurele handicap een combinatie van optimale functionele compensaties kan gevonden worden, om de resterende mogelijkheden tot een maximaal functioneel rendement te brengen. Bij deze groep is een vroegtijdig begin van de kritische begeleiding van nog groter belang, om te vermijden dat verkeerde, minder economische of zelfs schadelijke gedragsgewoonten zich definitief kunnen installeren.